Jennifer Vrielinck – Herzele (Sint-Lievens-Esse)
Patricia De Corte – Herzele (Hillegem)
Rik Verbeken – Herzele
Steven Hofman – Oosterzele (Gijzenzele)
Marie De Nil – Oosterzele
Wim Dhaese – Zottegem
Bart Heyvaert – Herzele (Hillegem)
Wim Thienpont – Lierde
Jonne de Koning – Sint-Lievens-Houtem (Bavegem)
Amelie Pede – Gent (SABK Zottegem)
woensdag 4 februari 2026 om 20:00
@ theaterzaal De Kluize, Sportstraat 3, Oosterzele
Gisteravond liep de wekker abusievelijk af,
en de maan stond verkeerd aan de hemel.
Ergens onder de ribben,
begon een vage herschikking
alsof er meubels werden verhuisd
in een kamer waar alles gedempt klinkt.
Geen donderslag, geen sermoenen,
enkel een kleine clausule verandering
van cellen die hun geloften heroverwogen
en de smaak van een taal die vervallen was.
Bij zonsopgang floot de waterketel anders,
had de aarde een andere gravitatie,
en haar naam zat haar losser,
als een te grote, geleende jas.
Ze liep de dag in alsof ze slechts de echo
van haar eigen leven was.
De lucht die ze uitademde
bevatte leestekens die ze zelf
nog nooit eerder had gebruikt.
Jennifer Vrielinck – Herzele (Sint-Lievens-Esse)
Jij dacht:
Alles blijft
Een appelboom blijft een appelboom
Bloesemwolk
Bladerdak
Vruchtendis
Sneeuwanker
Telkens opnieuw en opnieuw
En jij de vrouw die – nog voor de dauw zich in
de boomgaard nestelde – de eerste zomerappels plukte
Telkens opnieuw en opnieuw
Menig jaarringen verder
Verschenen er barstjes in de schors
De stam werd hol vanbinnen;
Een huis voor boomklevers
Jij merkte:
Dat je handen niet langer vruchten vasthielden
Maar herinneringen
En op een avond – terwijl de regen zachter viel
dan anders – was je geen appelplukker meer;
Geen bewoner van de zomertuin
Doch wel de vrouw die voor het eerst het woord ouder uitsprak
Zonder het te vrezen.
Patricia De Corte – Herzele (Hillegem)
Wat ik was
Er beweegt iets in het licht,
een fluister van worden.
De lucht drinkt haar eigen blauw,
De kleuren weten meer dan wij,
ze fluisteren zonder woorden:
Niets eindigt,
het verandert alleen van ritme.
Niets breekt,
alles lost zich op
tot een nieuwe vorm van zijn.
In mij ook
een zachte verschuiving:
ik word doorzichtiger,
Wat ik was, laat los,
wat ik word, kent nog geen taal.
Rik Verbeken – Herzele
Zeker van zijn stuk,
Ging hij naar het O.K.
Twijfelend werd zij wakker
Uit de narcose,
De toekomst,
Onzeker
Tegemoet
WAT EEN
METAMORFOSE
Steven Hofman – Oosterzele (Gijzenzele)
Mijn linde loopt niet weg,
onbeschroomd bloot,
zonder hoepelrok.
Mijn linde wijkt niet,
als de wind glijdt
in zijn wintergareel.
Mijn linde jaagt niet,
hij die zijn armen reikt
tot bijen zich verzoenen.
Mijn linde kent geen tijd,
hij zomert en hij wintert,
vol standvastigheid.
Maar die dag
werd je een krijger
die dreigend hijgde:
Ik ben hier de baas.
Marie De Nil – Oosterzele
Notre-Dame à la Rose, hospitaal
waar bloed uit doornen vloeide,
waar hagel kletterde in bekers van email en
waar de geur van apotheken langs kasten in ontbinding dwaalt.
Soldaten zaaiden er botte pijlen in
gewillig vlees en hoefgetrappel
kaatste van uw keien. Daar lost vandaag
gedruis van legermachten op,
als rozen in de poedersneeuw.
Uw naam is bleek en koud als rijm, maar
ooit bloeiden zusters in uw kloostertuin.
Ze sneden kaas en brood en molken koeien en
onweerslucht vulde uw velden vol
rijp graan. Ze offerden zichzelf.
“Wie gij ook zijt,” zeiden ze zalvend, “hier,
een zacht bed, troost en water voor de paarden.
Gij zult opnieuw geboren worden.”
Waar is die tijd, Notre-Dame à la Rose,
toen uw naam nog rijmde op metamorfose?
Wim Dhaese – Zottegem
eerst voelde ik niets, alleen het licht dat de kamer streelde
dan mijn vader, die dagen droeg alsof ze hem pasten
ik luisterde naar het zwijgen aan tafel
en leerde dat stilte ook kan spreken
de jaren brachten geen ontluiking
maar soms het beven van zijn stem in de mijne
kleine verschuivingen – van toon, van blik, van handdruk
tot vandaag de spiegel alleen mij teruggeeft – de man
dezelfde handen, dezelfde ogen,
dezelfde rust in het dragen van niets
en ik weet
ik ben hem geworden
zonder strijd, zonder geweld
zoals water de bedding vormt
en in zijn ogen leeft iets van mij
wat hij vroeger nooit bezat:
een zachtheid misschien,
een zien van hetzelfde in ons anders
ik draag mijn vader mee, mijn vader mij
niet als last maar als landschap
dat altijd in beweging is
Bart Heyvaert – Herzele (Hillegem)
Transgenderdromen in een spiegelhuis
Kleurrijk schijnsel in een twijfeloceaan
Identiteitencaleidoscoop dansend op hartbonkritme
Woorden falen, zielen fladderen
De buitenwereld vraagt ‘Wie ben jij?’
Zich zoeken in reflecterende labyrinten
Een maalstroom van vragen zonder antwoorden
In een chaos van kleuren en geuren
Verloren in verwarrende schoonheid
Ontsnapt de rups uit het web?
Een bloem bloeit in een ondefinieerbare vorm
Een vogel zingt met een stem die niet de zijne is
Gender vervaagt als mist in de ochtendzon
De ziel worstelt zich uit labelkooien
Wie bepaalt de worstelregels?
Uit nevelen verschijnt de weg
Aarzelend verzichtbaren de tekens
Karel wordt Klara, Ainur wordt Aisha of vice versa
De jas heeft nu knoopsgaten aan de genderkant
De fluisterbrigade blijft aktief
Wim Thienpont – Lierde
dat er gaten in komen fluistert ze ons
toe schaamteloos lijken herinneringen
te vervagen wanneer we de kamer verlaten
poogt ze resten van woorden
te vangen om bij zich te houden voor
de nacht valt en de kamer krimpt
droomt ze van letters die pogen gaten
te dichten
Jonne de Koning – Sint-Lievens-houtem (Bavegem)
Grasduinend in de duinvallei van het leven,
besefte ze dat ze tussen de zeerepen
enkel oppervlakkig zand van tussen haar vingers voelde glippen.
Ze smachtte naar meer.
Ze wou springen in de diepte, wedijveren met de intensiteit,
spelen met de kracht van de oceaan. Ze hunkerde, verlangde en begeerde.
Ze wou meer, keer op keer. Telkens weer, wou ze meer.
En toch,
Ze was bang voor wat komen zou. Ze durfde noch te springen, noch te wedijveren,
noch te spelen. Ze deinsde terug, wankelde en vreesde.
Ze was bang, voor zo lang. Veel te lang, was ze bang.
In haar denkwereld wisselden eb en vloed elkaar haastig af.
Oase. Fata morgana.
Gelokt door sirenes, afgeschrikt door de tijd die als zandloper door haar vingers gleed.
Niemand wist waarom precies. Maar die doodgewone namiddag,
Duikt ze toch de zee in.
Amelie Pede – Gent (SABK Zottegem)